Afkomst onevenhoevigen
Docenten gebruiken de evolutie van het paard vaak als schoolvoorbeeld van een evolutieproces. Doordat wetenschappers relatief veel goed bewaarde fossielen van paardachtigen hebben gevonden, is de afstamming van het paard vrij goed bekend. Bij gewervelde dieren bestaan de overblijfselen bijna alleen uit botten en gebitsonderdelen. Toch kan men hieruit conclusies trekken over de afstamming en evolutie van de groep, want juist in het gebit en skelet zijn belangrijke specialisaties te herkennen.
De paardachtigen (familie Equidae) behoren tot de orde Perissodactyla (onevenhoevigen). Andere onevenhoevigen zijn de tapirs en neushoorns. De eerste vroege paardachtige ontstond al in het Vroeg Eoceen, zo’n 55 miljoen jaar geleden. De onevenhoevigen vormen een orde hoefdieren uit de klasse der zoogdieren. Het zijn middelgrote tot grote planteneters. Ze danken hun naam aan het oneven aantal tenen per poot/been. De middelste teen heeft zich tot hoef ontwikkeld. De tenen aan de zijkant zijn rudimentair aanwezig.
Tot de onevenhoevigen behoren onder andere paarden, pony's, ezels, zebra's, tapirs en neushoorns.
De eerste onevenhoevigen leefden 58 miljoen jaar geleden in het Paleoceen. Tijdens het vroege Eoceen waren ze de dominante groep grote planteneters. Rond deze tijd ontstonden ook de eerste paardachtigen en tapirs in Noord-Amerika. De neushoorns ontstonden later in Azië uit tapirachtige voorouders. De onevenhoevigen bleven domineren tot het Mioceen.
stamboom van het moderne paard
De paarden die we nu kennen stammen allemaal af van het geslacht Equus. De eerste paarden van dat geslacht leefden ongeveer 3,5 miljoen jaar geleden. Ze zagen er een beetje uit als een zebra met de kop van een ezel. Hun poten waren sterk zodat ze hard konden lopen, maar de lengte van de poten was soms korter en ook soms langer dan de poten van de wilde paarden die nu leven.

Het eerste dier dat onder de paardachtigen valt was de Eohippus. Het leefde ongeveer 55-50 miljoen jaar geleden. Niet veel groter dan een vos met zijn hoogte van 25-45cm had hij een goede bouw om te overleven in een bos. De Eohippus was een alleseter (omnivoor). Dit feit is afgeleid van zijn 6 snijtanden, 2 hoektanden, 8 valse en 6 echte kiezen aan elke kaak. Aan zijn voorpoten had hij 4 tenen met kussentjes als bij een kat of hond, en aan zijn achterpoten had hij 3 tenen. In plaats van nagels had hij kleine hoeven aan elke teen.
Vanuit de Eohippus ontstond de Orohippus ongeveer 45 miljoen jaar geleden. Dit paard was kleiner dan zijn voorganger, en leek wat meer op een hond. Hij was slanker gebouwd om goed te kunnen springen. De grootste veranderingen tussen deze twee soorten is het gebit: de laatste valse kies werd een gewone kies en de richels in de kiezen werden hoger zodat hij beter kon eten van vezelige planten.
De volgende opvolger was de Mesohippus. Zo’n 40 miljoen jaar geleden verschenen door het veranderende klimaat in Noord-Amerika. Het werd droger en de bossen veranderden langzaam in grasland. De paarden werden groter, en kregen langere poten zodat ze beter konden lopen. Het gebit werdt weer harder en de laatste valse kiezen werden echte kiezen. De Mesohippus van ongeveer 35 miljoen jaar geleden was gemiddeld zo’n 60 cm hoog. Voor- en achterpoten hadden nu allemaal 3 tenen, waarvan de middelste teen het sterkste was en het meeste gewicht droeg. | ![]() |
Circa 28 miljoen jaar geleden ontstond de Miohippus. Deze voorloper van het paarde leefde tot wel 4 miljoen jaar geleden voort. Deze paardachtige soort was weer groter dan zijn voorloper en hadden een extra richel in hun bovenste kiezen wat weer wees op vezeliger voedsel. Uit deze soort ontstonden 3 andere soorten:
- Een soort met 3 goed ontwikkelde tenen
- Kleine “pygmee” paarden die al snel uitstierven
- Grasetende paarden die de voorgangers zijn van ons moderne paard.
Één van die grasetende voorlopers was de Merychippus. De Merychippus zag er al uit als een echt paard. Hij had lange poten en kon daarmee goed hardlopen. Zijn schouderhoogte is geschat op 1 meter en had brede maalkiezen om het gras op de steppe goed te kunnen vermalen. Hij had nog wel 3 tenen maar gebruikte waarschijnlijk alleen zijn middelste teen voor steun, en de andere 2 tenen bij het rennen. Net zoals bij de Miohippus heeft de Merychippus ook weer 3 lijnen van nakomelingen:
- Drietenigen (de Hipparion groep)
- Kleinere paarden
- Paarden met minder tenen, de voorgangers van ons moderne paard
De laaste duidelijke voorganger van het Equus geslacht is de Dinohippus van 12 miljoen jaar terug. Hij is wat zwaarder gebouwd dan zijn voorouders. Eentenigheid ontstond bij dit paard het eerste in de stamboom die direct tot de equus leidt. Een aantal andere kleine aanpassingen leidden uiteindelijk dan toch naar ons moderne paard.
